Preek van de week

Preek weekend 22-23 januari

Lezing uit het boek Nehemia Neh. 8, 2-6.8-10
Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe. 1 Kor. 12, 12-3
Evangelie volgens Lucas. Lc. 1, 1-4; 4, 14-21

Broeders en zusters in Christus:
Dit jaar lezen we op de groene zondagen uit het Evangelie volgens Lucas. Vandaag horen we hoe Lucas zijn evangelie begint en inleidt. Hij richt zich tot Theofilus. Dat is een Griekse naam en die naam betekent: Godminnende, hij die God liefheeft. Het kan zijn dat Theofilus werkelijk iemand geweest is, die Lucas kent, maar het kan ook bedoeld zijn voor iedere mens die God liefheeft. En dan schrijft Lucas zijn evangelie voor u en voor mij. Wij zijn Godminnend omdat wij vandaag naar de viering van de Eucharistie gekomen zijn. Mensen die God niet liefhebben, komen immers niet naar de viering van de Eucharistie.

Jezus’ eerste optreden is in de synagoge van Nazareth, de stad waarin Hij opgegroeid is. De mensen kennen Hem, Hij is de zoon van de timmerman. De ogen van de mensen in de synagoge zijn gespannen op hem gevestigd. De mensen in de synagoge zijn enorm benieuwd wat Hij nu gaat zeggen, een woord van God dat hun hart kan raken.

Eerst even naar de eerste lezing. Daar zijn de joden teruggekeerd uit de ballingschap. Jeruzalem en de tempel moeten weliswaar weer opgebouwd worden, maar de joden zijn terug op eigen grond en kunnen hun geloof weer in vrijheid vieren. Ezra gaat tussen de bouwwerken en de puinhopen op een verhoog staan en leest voor uit het boek van de wet, de Thora. Heel het volk, dat de bevrijding viert, wordt tot in hun hart geraakt door dat woord van God en barsten in tranen uit. Het woord van God is zo vol genade dat het je niet onverschillig kan laten. Ezra en de levieten zeggen: Deze dag is aan de Heer, uw God, gewijd, ge moogt dus niet treurig zijn en niet wenen. De vreugde die de Heer u geeft is uw kracht. Op dezelfde wijze mogen wij vandaag luisteren naar datzelfde woord van onze God, naar Jezus Christus.

Terug naar Lucas. Jezus is door Johannes gedoopt in de Jordaan en toen daalde de Heilige Geest over zijn heilige mensheid neer. Vervolgens ging Jezus naar de woestijn en vastte veertig dagen en nachten. Het getal veertig geeft in de heilige Schrift aan dat er daarna iets nieuws begint. Bijvoorbeeld, de joden trokken veertig jaar door de woestijn en kwamen vervolgens in het Beloofde Land. Jezus heeft in de woestijn de duivel wederstaan door de kracht van de Geest. Nu komt Hij in de kracht van die Heilige Geest terug in Nazareth waar Hij is opgegroeid en gaat volgens zijn gewoonte op sabbatdag naar de synagoge. Jezus zal sterk vermagerd zijn en een zeer ascetisch indruk maken. Over Hem wordt in heel de streek gesproken. Hij treedt al als leraar op in de synagogen en wordt alom geprezen. Zijn woorden zijn woorden vol kracht van de Heilige Geest, geladen met de Heilige Geest.

De evangelist Marcus zegt dat Jezus spreekt met gezag en niet zoals de Schriftgeleerden. De schriftgeleerden spreken over God en over de wet van God. Maar Jezus spreekt niet over God, Jezus is God. Hij spreekt niet over het Woord van God, Hij is het woord van God. Zo treedt Hij nu voor de eerste keer op in Nazareth. In de synagogedienst staat Hij op. Alle ogen zijn gespannen op Hem gericht. Wat gaat Hij ons nu zeggen? Er gaat na veertig dagen vasten iets nieuws beginnen. Jezus leest voor uit de profeet Jesaja en draait de boekrol dicht en zegt vervolgens: "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan." Jezus kondigt Zichzelf aan als een openbaring van God: ‘De Geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft’. Jezus is van godswege gekomen in de kracht van de Heilige Geest.

Die kracht van de Heilige Geest die Jezus van de Vader ontvangen heeft, houdt hij niet voor Zichzelf. Neen! Die Heilige Geest houdt een zending in. Jezus is gekomen, Hij is gezonden! Hij is dus niet omwille van Zichzelf gekomen, maar gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.

Allereerst de armen. De armen zijn zij die alles kunnen gebruiken. De rijken zijn zij die al genoeg hebben en alleen de dingen aannemen als dat hun uitkomt. Met de armen kunnen de materieel armen, maar ook de geestelijk armen bedoeld zijn. De geestelijk rijken, en dat is negatief bedoeld, zitten vast in hun zelf. Hun eigen karakter. Zij laten zich niets gezeggen, zij zijn weerspannig en ongezeglijk, zij doen wat zij zelf willen. Zij luisteren niet naar het woord van God. Om die reden werd koning Saul door God verworpen.

De armen luisteren gespannen naar Jezus en nemen ieder woord van Jezus in zich op en handelen daarnaar. Jezus komt ook om de rijken te bevrijden uit hun zelfgenoegzaamheid. We kunnen daarbij denken aan Levi, de tollenaar, die achter zijn tolhuis werd weggeroepen om Jezus te volgen. Laat je eigen weerspannig karakter varen, je ongezeglijkheid en je zelfgenoegzaamheid en laat het woord van Jezus doordringen in je hart en je zult bevrijd zijn en leven. Je zult je ten zeerste bemind weten en begenadigd. Je zult in tranen uitbarsten van vreugde om zoveel onverdiende liefde! Daartoe is Jezus naar ons gekomen met de kracht van de Heilige Geest.

Hij is gekomen om een genadejaar van de Heer af te kondigen. Een genadejaar was een jobeljaar, een jubeljaar dat eens in de vijftig jaar gehouden moest worden. Het had de bedoeling om scheefgegroeide verhoudingen en vastgelopen situaties te herstellen, om een totaal nieuwe start te maken. In moderne woorden zouden we zeggen: de samenleving moet gereset worden. Schulden moesten kwijtgescholden worden en onrechtvaardige situaties moesten rechtgetrokken worden. Mensen moesten in hun leven een nieuwe kans kunnen krijgen en niet hun hele leven moeten boeten voor hun vroegere zonden. Dat bleef echter bij woorden,

Jezus kondigt nu het genadejaar van God aan. God wil met de wereld, met de mensen, met ons, een nieuwe start maken. Jezus kondigt aan dat God de zonden van de mensen wil vergeven, dat Hij de mensen een nieuwe kans wil geven om een nieuwe start te maken, om de scheef gelopen verhoudingen met Hem, de vastgeroeste relaties met Hem weer te herstellen, nieuw te maken. God is niet langer vertoornd, Hij is barmhartig en genadig. Wie arm is, arm van geest en gespannen luistert, zal Gods woord ervaren als een persoonlijk woord, dat zijn hart raakt, hij weet zich begenadigd en zijn hart wordt genezen. Of zoals wij uitroepen: ‘Om heil en genezing te vinden zullen wij u danken altijd en overal’, of ‘Spreek slechts één woord en mijn ziel zal genezen zijn’. Met Jezus en in Jezus is het genadejaar van de Heer vandaag tot ons gekomen! Jezus is het genadejaar van God tot het einde der tijden.

Moge dat Woord van God ons hart raken opdat ook wij God mogen prijzen en danken. Het Woord van God komt van alzo hoge, het komt in ons hart, het zet ons hart aan tot jubel en dankzegging. Zo keert het Woord van God naar God terug en neemt ons mee.
Maria zei: Mij geschiede naar uw Woord. En wat deed dat woord? Het woord van God kwam in het hart van Maria en in haar schoot. Het Woord van God zette Maria aan tot haar grote jubellied: het Magnificat: Mijn ziel prijst hoog de Heer, omdat Hij neerzag op de geringheid, de armoede van geest van zijn dienstmaagd.

God toont ook ons, vandaag zijn genade, zijn mensenliefde, zijn vergeving. Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan. Heilige Maria, Dienstmaagd des Heren, bid voor ons. Amen.