Preek van de week

Preek weekend 25-26 juni, 13c, Luc 9, 51-62 Vastberaden op weg naar Jeruzalem

Broeders en zusters in Christus:

In de eerste lezing horen we uit het eerste boek der koningen de roeping van de profeet Elisa. Na David zijn er koningen gekomen die zich niet houden aan de geboden van God. De schrijvers van de beide boeken der koningen laten geen enkele gelegenheid onbenut om de ontrouw van het volk, aangevoerd door hun koningen, aan te klagen. Zij hebben Jahwe verlaten en zijn afgoden gaan vereren. De geboden van God onderhouden betekent vrede en gerechtigheid zaaien. God verlaten betekent zijn wet vergeten! Dan maakt men zijn eigen wetten, men gaat op zoek naar macht en geld, men gebruikt leugen, diefstal en moord. Er wordt haat en tweedracht gezaaid dat zich uit in oorlog en geweld. De profeten Elia en Elisa blijven hun roeping trouw aan God en zijn Verbond en wijden hun leven aan God toe om het volk op te roepen zich te bekeren en terug te keren naar de ware God. Hoe actueel is deze situatie in onze tijd. Elia en Elisa zouden hun handen er vol aan hebben.

God heeft Elia de opdracht gegeven Elisa te roepen als zijn opvolger. Elia werpt hem zijn mantel toe. Elisa begrijpt wat dat betekent en wil Elia volgen maar hij wil eerst afscheid nemen van zijn vader en moeder. Hij krijgt als antwoord: heb ik u soms tot iets verplicht. Elia neemt zijn mantel niet terug. Die mantel is beeld van Gods genadegave. God heeft geen spijt van wat Hij gegeven heeft. Alleen Elisa begrijpt het nog niet. Hij wil de roeping aanvaarden maar wil eerst iets anders. Elisa moet leren dat de roeping van God een radicale keuze vraagt, hij moet zich wenden naar de toekomst en het verleden achter zich laten. Of zoals Jezus zegt in het Evangelie: Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt is ongeschikt voor het Rijk Gods. Elisa slacht daarop zijn ossen, kookt het op het hout van de jukken en geeft het volk en misschien ook zijn ouders te eten en volgt Elia. Er is geen weg terug.

Deze zelfde instelling heeft Jezus. Hij is vastberaden, heeft Hij zijn blik onwrikbaar op Jeruzalem gevestigd. Jezus weet dat Hij daar moet lijden en sterven op het kruis om de wereld, om ons, om heel de mensheid te verlossen. Dat is een uiterst serieuze zaak en Jezus gaat gespannen op weg om zijn offer te voltrekken. Hij laat zich door niets of niemand afleiden of tegenhouden en Hij vraagt van iedereen dezelfde instelling. Wat is nu nog belangrijk? Er is geen plaats meer voor futiliteiten. Het is immers erop of eronder, leven of dood.

Er volgen vier verschillende situaties. Jezus wil door Samaria trekken. Er bestaat een vijandschap tussen joden en Samaritanen. De Samaritanen ontvangen hen niet, alleen omdat Jeruzalem het doel van hun reis is. In Samaria is Jezus niet welkom, in Jeruzalem waar Hij ter dood gebracht zal worden, is Jezus ook niet welkom. Bij wie is Jezus wel welkom? Is Hij bij ons welkom? Is Hij niet bij heel veel mensen de afwezige? Naar Hem luisteren, het gebed, het vieren van de Sacramenten, het geven van aalmoezen, zijn een instrument waaraan je kunt meten in welke mate je Jezus liefhebt en in welke mate Hij dus welkom is. Johannes en Jakobus willen de Samaritanen genadeloos straffen en het vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen. Maar Jezus, die de liefde van God zelf is, gebruikt geen geweld. Zie hier de ware dienaar van God. God is vrede.

Dan volgen drie ontmoetingen. Nogmaals Jezus is op weg naar Jeruzalem om Zichzelf voor ons te offeren om Gods wil te volbrengen. Dat is een uiterst serieuze zaak. Dat bepaalt zijn antwoord.
De eerste man zegt: Ik zal u volgen waarheen Gij gaat. Jezus antwoordt: de vossen hebben hun holen, de vogels hun nest maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan leggen. Jezus gebruikt hier de titel Mensenzoon. De Mensenzoon is bij de profeet Daniël een goddelijke persoon op de wolken des hemels aan wie God het Koningschap geeft over heel zijn Schepping. Jezus eigent zich deze titel toe. Daarin drukt Jezus zijn grootheid uit en daarin ligt ook zijn overwinning. Maar nu leeft Jezus in absolute armoede en eenvoud. Hier staan we voor een enorme tegenstelling: de Allerhoogste laat Zich zien in al zijn nederigheid. Veel mensen hebben de onbescheidenheid zich boven Christus te stellen. Zij zeggen wat Hij moet doen, zij hebben hun mening over wie Hij is of wie Hij moet zijn of hoe Hij hen moet dienen al klaar. Zij zijn dus weinig nederig.
Het tweede antwoord is ook verrassend. Jezus zegt: volg Mij. De man antwoordt: ‘Laat mij eerst mijn vader begraven’. Jezus antwoordt: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar gij: ga en verkondig het Rijk Gods!’ Dit antwoordt van Jezus is, zou je haast zeggen, schandalig. Je mag toch wel je vader begraven? Jezus is op weg naar Jeruzalem om het Koninkrijk van God, het Koninkrijk van het leven, te veroveren. Jezus moet de dood verslaan om het leven te winnen. De verkondiging van het Koninkrijk van het leven is voornamer dan stil te blijven staan bij de doden. Dat geldt voor ons allemaal. We mogen niet stil blijven staan bij de dood, maar we moeten vooruit kijken naar het nieuwe leven voorbij de dood. Heel veel mensen in onze dagen leven als in de tijd van Elia. Zij zijn God vergeten en blijven daarom treuren en stilstaan bij hun doden. Zij zien geen toekomst omdat zij God niet kennen. Jezus niet volgen, is het leven niet volgen en dan ben je zelf levend dood! Dat antwoordt Jezus.

Een derde zegt: ‘Ik wil u volgen maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten’. Het antwoordt van Jezus is ook niet echt begripvol, zouden we zeggen. Opnieuw: Jezus heeft het lijden en het kruis voor ogen. Hij bouwt voor ons een nieuwe toekomst. Maar zien wij naar die toekomst uit? Hoe vaak kijken mensen niet achterom en zeggen: vroeger dit en vroeger dat. Ook in de kerk wordt veel herinnerd veel aan vroeger. Maar wat is vroeger? De jaren 30, 40, 50, 60 70? Maar vroeger is er niet meer. Vroeger is dood! Vroeger is geen toekomst. Mensen die omkijken naar vroeger, hebben geen toekomst. Zij zijn verstard en versteend. Omdat zij geen hoop hebben, gaan zij zuchten en klagen.
Met Jezus meegaan is vooruit kijken en niet omzien. Vroeger komt niet meer terug, vroeger is dood. Jezus, het Koninkrijk van God, is onze toekomst. Je kunt nu niet meer zeggen dat het je niet verteld is. Je kunt alleen bij het oordeel tegen Jezus zeggen dat je niet naar Hem geluisterd hebt, dat je Hem geen aandacht gegeven hebt, dat je je eigen ding deed zonder aan God te denken. Arme mens dat je bent.

Wat leert het ons?
Heb Jezus lief als een vriend en zorg dat Hij bij jou welkom is.
Wees nederig en luister naar Hem en stel Hem geen eisen.
Laat het verleden los, neem het verleden niet mee, ga met Hem mee en kijk niet om.

Mar ia is ons voorbeeld. Maria luisterde. Zij bewaarde al de woorden in haar hart en overwoog ze bij haarzelf. Laten wij als Maria zijn. Laten we serieus zijn over ons geloof zoals Jezus serieus op weg gaat, opdat wij bij het oordeel niet met een mond vol tanden staan, maar vol verwachting uitzien naar Hem die ons Zijn liefde gegeven heeft tot het uiterste toe en op wie wij onze hoop stellen.
Amen.