Preek van de week

Preek weekend 4-5 februari

Lezing uit de Profeet Jesaja Jes. 58, 7-10
Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus
aan de christenen van Korinthe. 1 Kor. 2, 1-5
Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Mattheüs. Mt. 5,13-16

Broeders en zusters in Christus,

Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ‘Gij zijt het zout der aarde en het licht der wereld’. Daar moeten we over nadenken. Willen we dit kunnen begrijpen, dan moeten we eerst weten wat de functie van zout is en wat zout doet.

Als eerste voegen we zout toe aan eten om de smaak van het voedsel te versterken. Zout is smaakmakend. Maar teveel zout is niet lekker en te weinig zout maakt het eten flauw. Zout moet zo gegeven worden dat je het niet opmerkt. Een christenmens geeft smaak aan de samenleving op een manier dat je niet merkt dat het er is, maar dat je het merkt als het er niet is.
Als tweede werd vroeger voedsel gezouten om het te kunnen bewaren tegen het bederf. Ook dat is een functie van zout, het is bederfwerend. Een Christenmens is bestendig tegen het kwaad, het heeft uiteindelijk geen vat op hem.
Als derde en dat geldt vooral voor warme landen, zoals Israël, transpireren mensen veel. Bij het transpireren verlies je zout. Zij moeten extra zout eten om niet uit te drogen, om gezond te blijven en om niet te sterven. Zout houdt immers vocht vast. Dieren in die streken hebben een liksteen om zout tot zich te nemen. In onze streken, waar we weinig transpireren, is zout niet gewenst, juist omdat het vocht vasthoudt en daardoor krijgen we een te hoge bloeddruk.

Deze eigenschappen kunnen we nu vertalen naar de mensen toe. Mensen die te weinig zout hebben zijn flauw en uitgedroogd. Dat vertaalt zich in ontevredenheid, wantrouwen, rancune en wrok. Ze zijn gefrustreerd, ze zijn sceptisch, negatief en er straalt geen blijdschap van hen uit. Het zijn stemmingmakers die een negatieve sfeer brengen in hun omgeving. Ze hebben kritiek op alles en iedereen behalve op zichzelf. Zelf kunnen ze geen kritiek verdragen. De oorzaak van hun scepsis en negativiteit ligt altijd bij de ander. Ze hebben kritiek op de kerk, op de samenleving, op de regering, op alles. Hun humor is cynisch. Ze zitten gewoon niet lekker in hun vel. Van die mensen kun je niet verwachten dat zij een positieve bijdrage leveren aan de opbouw van de kerk en de samenleving. Zij hebben, om met het woord van de Heer te spreken, geen zout in zich.

Het is dus zaak om op geestelijke wijze zout tot je te nemen. Dan word je fit, levenslustig, weerbaar, je kunt een stootje hebben, je kunt je over de moeilijkheden heen zetten, je weet dat jezelf ook niet volmaakt bent en je kunt de onvolmaaktheden van anderen verdragen. Je bent behulpzaam. Je bent geestelijke sterk, je bent optimistisch, en je hebt het vertrouwen dat aan alle moeilijkheden een einde komt. Je laat je niet uit het veld slaan. Je hebt een innerlijke kracht om goed te doen aan de mensen en de wereld in je omgeving. De glorie van de Heer, zegt Jesaja, zal u volgen. Uw licht straalt in de duisternis, de nacht wordt als de middag.

Het is duidelijk dat die kracht van God komt. Daarvoor heb je dus geloof nodig. Vorige week hoorden we de zaligsprekingen. Die zaligsprekingen komen tot vervulling in mensen die geloof hebben. Het geloof dat God hen te hulp komt als ze in moeilijkheden verkeren en zich tot Hem wenden. Het is een belofte van God voor allen die op Hem vertrouwen. Zij zullen verzadigd worden, zij zullen vertroost worden, zij zullen vrede krijgen. Zij, die zo door God ontfermd worden in hun moeilijkheden, krijgen een innerlijke kracht, een innerlijke overtuiging, zij overstijgen de moeilijkheden en leven in vertrouwen en hoop. Vandaar uit bouwen zij de kerk en de samenleving op. Zij laten zich niet terneer drukken. Tegen de ander kunnen ze zeggen: Heft uw hoofd omhoog, richt je op God, laat je niet terneer drukken, de Heer is nabij voor allen die op Hem vertrouwen, die zijn woord behartigen, het volbrengen en zijn Verbond bewaren. Mopperen helpt niet. Van mopperen word je niet zout, alleen maar zuur.

Wat moet je nu doen? Allereerst is het belangrijk dat je naar het woord van God luistert, naar Jezus Christus luistert èn zijn woord volbrengt. Wel horen en niet volbrengen maakt je niet positief. Het koninkrijk van God komt niet van buitenaf, het komt van binnenuit, vanuit het hart waarin het woord is ingedaald. Wachten op de ander is teleurstellend. Dus zijn woord behartigen en het volbrengen is wat wijzelf moeten doen. En als je dat doet, dan fleur je op en zin krijgt zin in het leven.

Als tweede: Zijn Verbond bewaren. God heeft in zijn Zoon een nieuw en altijddurend Verbond met ons gesloten. Voor een verbond zijn twee partijen nodig. Dat was bij het Oude Verbond God en het joodse volk, nu Jezus Christus en zijn Kerk, Jezus Christus en de ziel, mij ziel. Het is een liefdesverbond. ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden’. Wij zijn door ons doopsel zijn vrienden. Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven, Hij heeft zijn bloed voor ons vergoten en heeft zo met ons een nieuw en altijddurend Verbond in liefde gesloten. In de viering van de Eucharistie vernieuwen wij dat nieuwe Verbond. Christus viert hier Eucharistie met ons. Hij vernieuwt hier zijn Verbond met ons en versterken wij zijn liefdesband. Als wij de Eucharistie niet vieren, zijn Verbond met ons niet vieren, raken wij van Christus verstoken, dan worden wij geestelijk zoutarm, drogen wij geestelijk uit, worden wij flauw en dor. Het is dan ook niet meer dan logisch dat onze samenleving niet positief gesteld is.

Als wij het Verbond met Christus vieren, zout in ons hebben, zijn wij een licht voor de wereld. Christus is ons zout, Hij verlicht ons. Christus laat wel aan ons de keuze, Hij dwingt ons niet. Liefde dwingt niet. Maar het moge duidelijk zijn, dat als wij geen liefde voor Hem hebben, als wij zijn Verbond met niet vieren, wij niet positief in de wereld kunnen staan, wij geen weerstand hebben en geen licht voor de wereld kunnen zijn.

Als derde middel om zout te hebben is het sacrament van de Biecht, van boete en verzoening. Dat is het sacrament van de vreugde, waarin onze zonden vergeven worden. Daar zegt God ons toe dat wij een nieuwe start maken mogen. De wereld kan ons veroordelen, de wereld kan op ons schelden maar wij mogen weten dat wij dan door God gerechtvaardigd zijn. Zo staan wij wel sterk in de wereld. We zullen wel van de wereld een kruis opgelegd krijgen, maar we krijgen een goddelijke kracht en vertroosting die ons helpt ons kruis te dragen en wij het kwaad van de wereld ver kunnen overstijgen.

Tenslotte vinden wij bescherming bij de heilige Maagd Maria, de Moeder van God. Zij is als een moeder de toevlucht van de zondaars, de troosteres der bedroefden, de hulp van de Christenen. Bij een moeder kun je altijd thuiskomen. Zij bidt voor ons, bij haar goddelijke zoon, zij bidt voor ons, zondaars! Op haar voorspraak worden wij verlost van de tegenwoordige droefheid! Zij bidt dat nu reeds in dit leven de vreugde van God mogen genieten. Zo hebben wij zout in ons, zijn wij een licht voor de wereld en zitten wij lekker in ons vel. Onze Lieve Vrouw ter Eik, bid voor ons, zondaars! Amen