Preek van de week

Preek zondag 10 februari 2019, 5e zondag door het jaar Lc 5,1-11 (C)

Broeders en zusters in Christus,

Vorige week hoorden we dat Jezus uit Nazareth, zijn vaderstad, verdreven werd. Ze wilden Hem zelfs in de afgrond gooien. Van Nazareth gaat Jezus naar Kafarnaüm en daar dringt een menigte mensen Hem aan om het woord Gods te horen. In Kafarnaüm zijn de men-sen buiten zichzelf van verbazing als Jezus daar als leraar optreedt, niet zoals de Schriftge-leerden en de farizeeën, maar als iemand die gezag bezit.

We kunnen dat met een voorbeeld duidelijk maken. In de politiek treedt een ambassa-deur op in naam van de koning. Hij representeert de koning. Dat is zijn gedelegeerd gezag. Maar stel je nu eens voor, dat de koning zelf komt en spreekt, dan heeft dat meer gezag. De koning spreekt in zijn eigen naam. De profeten en de Schriftgeleerden zijn te vergelij-ken met ambassadeurs. Zij spreken in naam van God. Zo hoorden we hoe Jesaja als pro-feet geroepen en aangesteld wordt om in Godsnaam uitgezonden te worden en te spre-ken. Maar Jezus spreekt uit eigen naam. Hij is de Koning, Hij is Zoon van God. Dat is zijn gezag. In Kafarnaüm wordt dat wel aanvaard en in Nazareth niet.

Zonder te weten wie Jezus werkelijk is, verstaan de mensen in Kafarnaüm Zijn woord als het woord van God. Jezus is de Leraar, Hij onderricht het volk vanuit een bootje, Jezus geeft les, Hij geeft godsdienstles. Wat Jezus daar leert, wat Hij gezegd heeft, heeft Lucas niet opgeschreven. Ik denk dat wat Jezus geleerd heeft, zichtbaar wordt in wat Jezus na zijn toespraak doet.

Na zijn onderricht zegt Jezus tegen Petrus: "Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst." Dat is best een onverwachte wending. Simon zit in zijn bood de netten te spoelen en hoort intussen wat Jezus leert. Je zou verwachten dat Jezus na zijn toespraak Petrus zou vragen: ’Breng Mij aan wal’ of: ‘Zet Mij aan de overkant van het meer af’. Neen! Jezus gaat zich met Simons werk bemoeien. Wat heeft Jezus nu voor verstand van vissen? Hij is zoon van een timmerman. Je zou zeggen: Schoenmaker blijf bij je leest.

Maar dan zien we het gezag van Jezus. Want Petrus antwoordt: "Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooi-en." Petrus is een ervaren visser zijn. Hij weet heus wel wanneer je moet vissen. Wat vak-manschap betreft zal Petrus boven Jezus staan. Petrus heeft naar het gezagvolle woord van Jezus zitten luisteren. Jezus draagt hem nu op, sterker nog Jezus beveelt Petrus: Vaar naar het diepe. En Petrus volgt het woord van Christus op, Hij onderwerpt zich aan het gezag van Jezus, niet beffende wat hem te wachten staat. En als Petrus nu de netten bin-nenhaalt vult hij beide boten tot zinkens toe. Petrus wordt bij het zien van zulk een vis-vangst overweldigd door deze wondermacht. Deze vangst gaat zijn verwachtingscapaciteit te boven. Hij heeft Jezus gehoorzaamd, misschien wel een beetje sceptisch: ‘Op uw woord gooi ik de netten uit, maar ik verwacht niks’, en dan krijgt hij een vangst die al zijn ver-wachtingen veruit te boven gaat. Hij staat perplex en wordt van ontzetting bevangen. Hij staat paf.

Toen is er met Petrus iets gebeurd. Petrus noemde Jezus eerst meester. Een titel die bij leraar past. Nu spreekt Petrus Jezus aan met: “Heer, ga van mij weg, want ik ben een zon-dig mens.” Heer is de aanspreektitel voor God. De Heer is God, God is de Heer. Daarmee zegt Petrus: ‘U komt van God, U bent God’. Petrus beseft nu ook dat hij een zondig man is, dat hij uit zichzelf helemaal niets vermag. Bij de grootheid van Christus vergeleken is hij een zondig man. Ontzetting heeft van hem meester gemaakt, hij staat stijf van verbazing en schrik en zegt: Ga weg van mij. Wie kan staande blijven in de ontmoeting met God? De profeet Jesaja roept uit: “Wee mij, ik ben verloren, ik ben een mens met onreine lippen en heb de Heer der hemelmachtengezien.”

En wat zegt Jezus: Vrees niet. Ook al ben Ik machtig, ben Ik God: ‘vrees niet! Ook al ben je zondig, ik zal je niet natrappen, noch het zout in de wonde wrijven’. Nu Petrus zijn zwakte heeft laten zien, zijn zondigheid, is hij geschikt om Christus te volgen, om te delen in de zending van Christus: ‘Van nu af aan zult ge mensen vangen’. Jezus neemt zo Petrus in zijn dienst. Je kunt zeggen Jezus heeft Petrus gevangen.

Petrus, Jacobus en zijn broer Johannes brengen de boten met de reuzenvangst aan land, laten alles achter en volgen Jezus! Jezus is meer waard dan de hele vangst. Jezus hebben is voor een mens de grootste rijkdom op aarde. Zie de mensenliefde van onze God.

Dat geldt ook voor ons. Ook wij zijn net als Petrus, zondige mensen. Ook Jezus spreekt tot ons met goddelijk gezag. Laten we naar Hem luisteren. Laten we ons niks wijs maken door de wereld. We mogen ons niet van stuk laten brengen door mensen die in hun zonden de wereld en de Kerk kapot maken. Jezus is heel onze rijkdom en Hij gaat alles te boven.

Hoe kunnen wij die rijkdom bemachtigen. Daar moeten we wel iets voor doen, net zoals Petrus. ‘Vaar naar het diepe’. Ook wij, willen wij iets kunnen vangen, moeten op het woord van de Heer de diepte in. We moeten in ons geloof niet oppervlakkig blijven. Dan bereiken wij niets en hebben wij niets. Laten wij met Christus de diepte ingaan, dan zul-len ook wij overweldigd worden door gaven die God ons schenkt. Ga in de diepte van het geloof in en wees niet bang, vrees niet. We gaan de diepte in van het geloof door het ge-bed, de lezing van de Heilige Schrift en het vieren van de Sacramenten. De heilige Pater Pio zei: ‘Het gebed is de zuurstof voor de ziel’. Laat je leiden door het woord van Christus. Misschien ben je een beetje septisch als Petrus, of misschien ben je boos, of teleurge-steld. Het lijden is juist een aansporing om de diepte in te gaan. En als wij de diepte in-gaan worden wij vertroost en overladen met gaven van God.

Als een parelvisser moet je duiken, dieper duiken naar de parel. Je bent rijk en gelukkig als je die parel vindt. In de diepte van het geloof voel je jezelf bevoorrecht, je bent vol vreugde en dankbaar als je door God zo beloond wordt, dat je zo intens door God be-mind bent. Je zult God vol vreugde loven en danken: U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij. (Te Deum laudamus, Te Dominum confitemur).
Vaar naar het diepe. Blijf niet oppervlakkig. Amen.