Preek van de week

Preek zondag 24 mei, 7e zondag van Pasen, Joh.17, 1-11 (A)
Voor de preek van hemelvaartsdag 21 mei, scroll naar beneden.


Inleiding: Eensgezind volharden in gebed met Maria. Vandaag horen we in de eerste lezing hoe de leerlingen zich voorbereiden op Pinksteren. Ook wij mogen in deze meimaand ons verenigen met Maria. Bidden en wachten, in eensgezindheid. Als we dat door de genade Gods waarmaken, breekt er een nieuwe tijd aan, een nieuwe kerk. In deze tijd na Hemelvaart, mogen we er op vertrouwen dat Jezus, in de hemel, bij de vader voor ons ten beste spreekt. Zoals Jezus in het evangelie zegt: ‘Vader, ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid ik, maar voor hen die Gij mij gegeven hebt, omdat zij u toebehoren’. Wij mogen deze zondag vieren vanuit het gebed. Het gebed van Jezus tot de vader. Het gebed van Maria met de apostelen, met en voor de kerk. Het gebed om de komst van de Heilige Geest. Wij sluiten ons op aarde aan bij die biddende kerk in de hemel en in die geest vieren we de Eucharistie. Daarom durven we onze schuld te belijden, vertrouwend op de barmhartigheid en vergeving van de vader.

Zusters en Broeders in Christus,

In de eerste lezing horen we dat de apostelen, samen met Maria en andere vrouwen, eensgezind volharden in gebed. In het evangelie van vandaag spreekt Jezus diepzinnige woorden, een gebed vlak voor zijn verraad en kruisdood. In dit gebed komt Hij tot zichzelf, overziet Zijn leven en Zijn bestemming. Maar, bidden is in onze cultuur tamelijk in onbruik geraakt. In een groot deel van de wereld, is het de gewoonte voor zowel christenen als andersgelovigen, voor het eten een ogenblik stilte te betrachten, God te danken voor het eten, en te denken aan diegenen die niet of te weinig te eten hebben. In ons land, bestaat hier en daar die gewoonte ook nog, maar de tijd die we eraan besteden is vaak heel kort. Bidden vraagt tijd en rust .

Deze zondag staat tussen Hemelvaart en Pinksteren in en de schriftlezingen zijn afgestemd op deze tussenperiode. Dat gold voor de eerste leerlingen en ook voor ons.  Zij kwamen in die tijd eensgezind bij elkaar. Biddend en vragend om de Geest die hun was toegezegd, opdat ze inderdaad vervuld van Hem de moed zouden krijgen om in woord en daad te getuigen van de boodschap van Jezus Christus. We weten allemaal wat het betekend als we zeggen: daar heerst een goede Geest, en ook wat het tegenovergestelde betekend. Saamhorigheid, of onenigheid, belangeloze inzet,  of machtsmisbruik.

In onze parochie dwalen gelukkig heel wat goede geesten rond. Mensen, die zich van harte inzetten voor de muziek en de zang tijdens de vieringen, voor het parochieblad of voor het schoonhouden van alle gebouwen. Er zijn heel veel goede geesten, die zich inzetten voor de zieke of oudere medemens door samen met hen te vieren of door hen thuis of in het ziekenhuis te bezoeken. Denk bijvoorbeeld aan de Zonnebloem. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor de kwade geesten die er net zo goed zijn in onze wereld.

Laten we deze week voor Pinksteren vooral bidden om de komst van de goede Heilige Geest, de heilige Geest van God. We worden opgeroepen om vooral te bidden om de gaven die de de Geest ons wil schenken: wijsheid, moed, geduld en al die eigenschappen die in de woorden en daden van Jezus Christus zich openbaarden. Zoals Jezus zei : ‘Wie heeft zal gegeven worden (lc. 19, 26)'. Salomo vroeg aan God om wijsheid en niet om een lang, rijk en gelukkig leven. Hij vroeg wijsheid om Gods Volk ten dienste te zijn en kreeg beide. Eigenlijk vroeg hij om de heilige Geest, de Geest van wijsheid. Zo zegt Jezus: "Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid, en al het overige wordt je toegeworpen. Het tweede dat wij kunnen doen is zelf zoveel mogelijk leven vanuit de goede Geest van God. Zoveel mogelijk liefde uitdragen, geduld, verdraagzaamheid en saamhorigheid. In ons persoonlijk gebed  vragen we meestal en dat is maar één kant van het gebed, het vragen, maar het hoort er wel bij. Daarom geeft Jezus ons daarbij een tip. Vraag dat aan God, wat God je zeker wil geven.. De Geest die ons doet volhouden, die twijfel overwint, die ons dienstbaar maakt en hartelijk, vrolijk en tevreden, de heilige Geest. Vraag om de heilige Geest. Dan wordt het echt Pinksteren, wanneer u zijn Geest in u voelt en weet dat God u volmaakt nabij is.

Bidden is met God omgaan, intens met God omgaan. Met Hem spreken,  in je werk met hem overleggen, in de nood je hart bij Hem uitstorten, in keuzes zijn raad vragen, in alles zijn wil zoeken. Bidden dat is je innerlijke bron open houden, dat is Gods liefde in je laten binnenkomen, zodat hij naar anderen toe blijft stromen. Gods liefde verandert mensen en die liefde wordt gevoed in het gebed. Gebed is de levensadem van je ziel. Jezus bad om eenheid tussen de mensen. Een eenheid, die alleen maar tot stand kan komen door de heilige Geest op wiens komst wij ons nu aan het voorbereiden zijn. Amen

-------------------------------------------------------------------------------------------
Preek Hemelvaartsdag 21 mei

Broeders en zusters in Christus:

Christus is veertig dagen na zijn verrijzenis, dat is op deze dag, naar de hemel opgevaren. Het getal veertig heeft een bijzondere betekenis. Het joodse volk trok veertig jaar door de woestijn. Bij de zondvloed liet God het eerst veertig dagen regenen, en daarna duurde het nog eens veertig dagen voordat Noach en zijn gezin de ark verlaten konden. Bij de profeet Jona kondigden de Ninevieten een veertigdaagse vasten af. Jezus vastte veertig dagen in de woestijn, en ook wij kennen onze veertigdagentijd. En, vandaag, veertig da-gen na zijn verrijzenis gaat Jezus naar de Vader terug. We kennen het begrip quarantaine. Veertig dagen opsluiting om te ontdekken of je een ziekte onder de leden hebt. Veertig is dus een bijzonder getal. We kunnen zeggen dat veertig dagen een voorbereidingstijd is voor iets bijzonders dat komen gaat en dat wat komt een bijzonder feest is, een bevrij-ding, een nieuw begin. Zo vieren wij na veertig dagen vasten het Paasfeest. Na veertig jaar kwamen de joden in het beloofde land. De Ninevieten werden gespaard voor de onder-gang. En vandaag na veertig dagen gaat Jezus naar de hemel en dat is een grootse gebeur-tenis.

We mogen de vraag stellen: Waarom is Jezus niet meteen na zijn verrijzenis naar de he-mel gevaren? Waarom is Hij niet meteen de glorie, de heerlijkheid van de Vader binnen-gegaan? Waarom blijft Hij nog hier beneden, ver van de heerlijkheid die Hij zo duur ge-kocht had? Jezus bleef nog veertig dagen hier beneden, niet voor Zichzelf maar voor zijn leerlingen en dus voor ons. Waarom? Jezus verscheen gedurende veertig dagen aan zijn leerlingen, aan hen die Hem bij zijn lijden allemaal in de steek hadden gelaten, om hen te bemoedigen en te onderrichten.

Hun geloof had schipbreuk had geleden. Judas heeft zijn vriend verraden, Petrus heeft zijn Heer verloochend en Thomas geloofde helemaal niet meer. De Emmaüsgangers verlieten Jeruzalem en keerden teleurgesteld naar huis terug. De Heer is gebleven om het gestran-de geloof van zijn leerlingen te bevestigen, dat zij niet zouden afvallen.
Bovendien, en dat weten wij wel, maar de leerlingen nog niet, staan hun nog zware tijden te wachten. Zij zullen allen de marteldood sterven, zodat zij wel sterk in hun geloof moe-ten staan, om de moeilijkheden en het kwaad te kunnen weerstaan. Vandaag, na veertig dagen van bevestiging, vaart Jezus naar de Vader. Nu is het voltooid, nu moeten zij op eigen benen gaan staan en Jezus gaat heen. En dan gaat er een nieuwe fase in.

Een paar overwegingen bij dit mysterie.
Allereerst stijgt Jezus naar de hemel op als de verrezen Heer. Hij keert als mens terug naar de Vader. Het vlees van de zonde, het menselijk lichaam dat het kwaad heeft verduurd en overwonnen, gaat nu de heerlijkheid van God binnen. De Zoon van God was aanvankelijk geen mens, Hij heeft het vlees aangenomen, en nu brengt Hij het vlees, dat Hij aangeno-men heeft, binnen in de heerlijkheid van God. Hier gebeurt iets ongekend nieuws. Zijn aardse lichaam gaat de heerlijkheid van God binnen. De Zoon is nu werkelijk als mens verlost en met de Vader verenigd. Zijn aardse ballingschap is nu voorbij. Hij is verheerlijkt.

Als tweede heeft dat ook betekenis voor ons. Christus heeft steeds gezegd: Blijft in Mij dan blijf Ik in u, of: blijf in mijn liefde. Als Christus in ons is en wij in Hem, als wij één zijn met Hem door de band van de liefde, zullen wij met Hem die heerlijkheid binnengaan, zullen wij verheerlijkt worden. De dood is dan werkelijk verslagen en overwonnen. Wij zullen worden opgenomen in Gods heerlijkheid, waar wij ons menselijkerwijze niets bij kunnen voorstellen, wij zullen Eén zijn met God, we zullen God zien zoals Hij is, als een hemels bruiloftsfeest. De hemelvaart van Christus is daarom ook onze Hemelvaart, ons nieuwe leven. 

En als derde wordt ons duidelijk gemaakt dat Jezus door lijden en dood Gods heerlijkheid is binnengegaan. De leerlingen begrepen tot nu toe niet dat het lijden en de dood de weg is naar die heerlijkheid. Christus moest eerst de dood overwinnen om op zijn troon plaats te kunnen nemen. Ook wij moeten overwinnen zoals Christus overwonnen heeft. Christus bleef daarom nog veertig dagen om hun en ook ons deze les in te prenten, anders zouden de leerlingen en ook wij het evangelie verkeerd verstaan en daarin te kort zouden schie-ten. Ook in onze tijd heeft het geloof van veel mensen schipbreuk geleden en geloven niet meer. Hoe kunnen zij in contact gebracht worden met de verrezen en ten hemel gevaren Heer om hun geloof te herstellen? Jezus zal daartoe zijn Heilige Geest zenden.

Nu Jezus naar de hemel gevaren is, kunnen de leerlingen zich kunnen verheugen over al het lijden en de vernederingen die hen veertig dagen geleden nog ontsteld deed staan. Nu begrijpen zij de belofte: ‘Wie overwint, zal dit alles krijgen en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.’
Het is goed dat wij deze les ter harte nemen en die grote waarheid leren kennen waar-voor de apostelen aanvankelijk zo terugdeinsden, maar uiteindelijk zich erin verheugden. Christus heeft geleden en is zo de vreugde binnengegaan. Het kruis is de toegang tot het nieuwe en eeuwig leven. Die blijde boodschap moeten de leerlingen verkondigen en die boodschap krijgen zij vandaag mee. 

Wij willen in de Meimaand ook even bij Maria stil staan. Wat heeft die moeder wel niet geleden bij het aanschouwen van zoveel pijn en verdriet van haar Zoon en Gods Zoon. Maar zij hield stand in haar geloof en daarom is zij nu reeds verheerlijkt en ten hemel opgenomen. Daarom mogen wij in deze dagen ons bijzonder tot Maria richten dat zij, die dicht bij haar Zoon en Gods Zoon staat voor ons een goed woordje doet. Want de wereld is op dit moment door de pandemie in grote nood. Laten wij ons verenigen met Christus, zoals Maria met Hem één was, en moge Maria onze voorspreekster zijn. Dan komt alle goed. Amen.