Preek van de week

Preek weekend 11-12 januari, Mt. 3:13-17. (A) Het doopsel

Broeders en zusters in christus,

Wij herdenken vandaag het doopsel van Jezus. Het is voor de hand liggend, dat onze aandacht daarbij uitgaat naar ons eigen doopsel. Wat betekent voor ons het doopsel?
Het woord doopsel wordt door Jezus paar keer gebruikt in de betekenis die wel wat afwijkt van wat wij nu onder doopsel ver¬staan. Op de weg naar Jeruzalem, waar Hij ter dood gebracht zal worden, zegt Jezus: "Ik moet een doopsel ondergaan en ik voel mij bedrukt totdat het volbracht is." Een andere keer komen de twee zonen van Zebedeüs, namelijk; Johannes en Jakobus, bij Hem om te vragen, om de belangrijkste plaatsen in zijn Rijk. Jezus stelt hun dan de vraag: "kunnen jullie het doopsel ondergaan waarmee ik gedoopt word?" Het is duidelijk dat Jezus in beide gevallen bedoelt: het doopsel van zijn dood.

Ook zijn doopsel in de Jordaan verwijst naar zijn sterven. Wij lezen nu niet meer zoveel in de bijbel en zeker niet in het Oude Testament. Maar voor de eerste lezers van het evangelie was dat allemaal veel duidelijker. De woorden: “Dit is mijn Zoon, mijn welbeminde" herinnerden hen meteen aan de woorden van Jesaja over de Dienaar van Jahwe, die zijn leven doorbrengt in dienstbaarheid en lijdt en sterft voor het volk. Zo wordt het doopsel van Jezus door de evangelisten beschreven als de inwijding tot een leven van nederigheid en dienstbaarheid, dat zal eindigen met de dood op het kruis en dat de redding van de mensen zal betekenen.

Wij hebben in de laatste eeuwen te veel de klemtoon gelegd op het feit dat door het doopsel het kind gezuiverd werd van de erfzonde. Het werd soms wel eens voorge¬steld alsof dat kind voor het doopsel een kleine duivel was waar God dan een engeltje van maakte. Dat gaat natuurlijk te ver. Elk kind is reeds vanaf de geboorte door God bemind, het is het werk van zijn handen. De erfzonde is ook geen persoonlijke zonde. Het is geen zonde in de zin waarin wij gewoonlijk van zonde spreken. Erfzonde wil voornamelijk zeggen dat het kleine kind geboren wordt uit ouders, die ook hun karakterfouten aan hun kinderen meegeven. Het kind erft die, en zal ook heel veel zondigheid mee-erven vanuit het milieu waarin het geboren wordt. Wat een erfelijke belasting dragen onze kinderen niet mee vanuit deze consumptiemaatschappij. Daar kunnen ze niets aan doen, maar ze worden er toch maar mee belast. Tegen deze erfelijke belasting zal God dit kind door de kracht van de Geest, langzamerhand meer en meer bestand maken. Wie zich door de Geest van Jezus laat leiden kan de geest van deze wereld overwin-nen.

Natuurlijk is deze bevrijding van de erfzonde ons in het doopsel alleen maar in kiemvorm gegeven. Steeds zullen wijzelf ook moeten meewerken dat die goede Geest van Jezus in ons boven het boze in deze wereld kan uitgroeien. Zoals Jezus, gedreven door de Geest, zich inzet voor de bevrijding van de mens, zo zullen wij ons ook, vanuit de kracht van ons doopsel, moeten inzetten voor de bevrijding van al het boze in ons en buiten ons. Daarom zegt Jezus ook tegen zijn leerlingen voordat Hij hen voorgoed verlaat: "Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden." Jezus noemt hier gedoopt zijn en geloven in één adem. Het gaat er dus om gedoopt te zijn en te geloven én natuurlijk te leven volgens dat geloof.

Wat dat concreet voor ieder van ons betekent kan niet in algemene woorden weergegeven worden, omdat ieder van ons zijn eigen roeping als gedoopte op zijn eigen wijze zal moeten beleven. Het is voor de waarde van ons gedoopt zijn niet zo belangrijk welk beroep wij uitoefenen, of wij nu dokter, geleerde, arbeider of typiste zijn, wij zijn geroepen dit beroep uit te oefenen als gedoopten. Voor een gedoopte moet Jezus het middelpunt van zijn leven vormen en niet geld, werk, of iets dergelijks.

Nu begrijpen wij misschien iets beter waarom Jezus doopsel, dood en geloof met elkaar in verband brengt. Voor Hem was het doopsel het begin van een leven in dienstbaarheid, dat eindigde op het kruis. Voor ons moet het doopsel hetzelfde zijn, het begin van een leven in dienstbaarheid dat eindigt op ons sterfbed. Dan pas zal ons doopsel voltooid worden, zodat wij Jezus kunnen nazeggen: nu is alles volbracht! Amen.