Preek van de week

Preek zondag 18 augustus, 20e zondag (C) Lc.12, 49-53

Broeders en zusters in Christus,

Koning Sidkia, in de eerste lezing is een wankelmoedige koning. Het land is in de macht van de Babyloniërs en Sidkia is een marionet van koning Nebukadnessar van Babel. Hij heeft niet veel macht. De aanzienlijken in Jeruzalem komen in opstand tegen de over-heersende Babyloniërs. Daarop belegert Nebukadnessar Jeruzalem en hongersnood teistert nu de stad. De profeet Jeremia profeteert: 'De Heer zegt: Wie in de stad blijft, komt om door het zwaard, de honger en de pest; wie overloopt naar de Chaldeeën blijft behouden; hij brengt het er levend af. De Heer zegt: Deze stad wordt overgeleverd aan het leger van de koning van Babel; ze wordt door hem ingenomen.'
Deze profetische woorden van Jeremia worden niet in dank afgenomen. De edelen zeggen dat Jeremia door deze woorden het moreel van de soldaten ondermijnt en zij stoken Sidkia op om Jeremia te laten sterven. Met toestemming van Sidkia wordt Jeremia in een put geworpen om hem een langzame dood te laten sterven. Dat is de situatie van de eerste lezing.
De Ethiopiër Ebed-Melek durft het om tegen Sidkia te zeggen dat Jeremia niets verkeerds gedaan heeft, hij mag toch zijn mening geven? En of hij in de put verhongert of in de stad, dat maakt ook niet uit. Daarop geeft Sidkia de opdracht om de profeet Jeremia uit de put te bevrijden. Sidkia is geen sterke man. Jeremia wordt zo gered op voorspraak van Ebed-Melek en deze Ebed-Melek is een van de weinigen die het er later levend van af zal bren-gen. Jeruzalem zal inderdaad ingenomen worden door koning Nebukadnessar, de zonen van Sidkia zullen voor zijn ogen afgeslacht worden, de edelen worden gedood, de ogen van Sidkia worden uitgestoken en hij zal afgevoerd worden naar Babel. Men heeft niet geluisterd naar Jeremia, de profeet van God.

Jezus doet ook uitspraken die verdeeldheid brengen. Zoals Jezus zelf zegt: 'Meent ge dat ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg ik u, juist verdeeldheid.' Verdeeldheid binnen het gezin: vader tegenover zoon, dochter tegenover moeder en schoondochter tegenover schoonmoeder. Wij weten allemaal hoe waar dat is, dat het katholieke geloof, dat Jezus Christus de oorzaak is van tegenstellingen binnen de familie, maar ook binnen de kerk. En dan kan het er heet aan toe gaan. Jeremia werd niet vermoord, maar Jezus wordt wel vermoord aan het kruis.

De put waarin Jeremia zat is natuurlijk een beeld van de dood. Als God Jeremia niet te hulp geschoten was door de Ethiopiër Ebed-Melek, was Jeremia een langzame dood gestorven.  God heeft zijn Zoon ook niet in de steek gelaten, Hij heeft Hem bevrijd uit de dood, door Hem uit de dood te doen verrijzen. Jezus zit nu, zoals de schrijver van de Hebreeënbrief het zegt, 'Aan de rechterzijde van Gods troon'.

Dat is ons geloof en dat is ook de kracht van ons geloof. Die kracht van het geloof krijgen wij kracht als wij een persoonlijke relatie met Jezus Christus opbouwen en door Jezus Christus met God. Want twisten over het geloof komt vooral als men geen persoonlijke relatie met Jezus Christus heeft. Zonder een persoonlijke relatie met Jezus, ken je Jezus niet, zijn genadige liefde voor jou, zijn vergevende liefde voor jou, en dan ga je jezelf cen-traal stellen. En dan zeg je: Ik vind…. Maar als je jezelf centraal stelt dan vind je Jezus Christus altijd op je weg, wordt Hij, net als Jeremia, voor jou een aanklacht. Maar evenals naar Jeremia wordt er ook niet naar Jezus Christus geluisterd. Het christelijke geloof wordt dan een aanval op je levenswijze, je gaat je verzetten en de boodschapper, de geloofsverkondiger wordt gemeden, gehaat of gedood. Dat is de zonde.
 
Iemand die Jezus Christus centraal stelt, een persoonlijke relatie met Christus heeft, die leeft in vrede. Hij wordt bezield met het vuur van de Heilige Geest. Dat innerlijke vuur is het vuur waarvan Jezus verlangt dat dat oplaait. De vrucht van de Geest is liefde, vrede en vreugde en die blijven bestaan door alle moeilijkheden heen. Gelovig zijn is niet makkelijk, Jeremia wordt in een put geworpen, maar iedere gelovige draagt ook op zijn tijd zijn kruis. Maar hij krijgt kracht van boven om zijn kruis te dragen, ze kunnen hem niet klein krijgen. Hij weet: Na het kruis komt het nieuwe leven. Door de moeilijkheden heen komt er een oplossing van Godswege. 'God komt mij te hulp', want hij heeft een persoonlijke vriendschapsband met Jezus. De hebreeënbriefschrijver merkt heel nuchter op: Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.

Laten wij steun zoeken in ons geloof, laten wij ons geloof voeden, dat is: laten wij onze vriendschapsband met Christus versterken door het gebed. Door het geloof kunnen wij de engel zijn die iemand uit de put haalt. Door het geloof staan wij op vaste grond, Christus is onze rots. Zonder Hem zakken we weg in drijfzand, zien wij geen uitweg, hebben wij geen hoop. Laten we Christus voor ogen houden Hij heeft de overwinning heeft behaald, Hij heeft voor ons de overwinning behaald.

Kijken we ook naar Maria, wier tenhemelopneming wij donderdag gevierd hebben. Zij heeft gestaan onder het kruis. Daar werd haar geloof zwaar beproefd, maar zij bleef geloven en haar geloof is nu beloond door haar tenhemelopneming. Dat is ook onze beloning voor allen die standhouden. De hemelse Moeder is nu onze steun en toeverlaat. Laten wij ons dan aansluiten bij die menigte geloofsgetuigen, en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we ons met ons doopsel hebben ingeschreven. En roepen wij de voorspraak in van Maria, laten wij bij haar onze toevlucht nemen en bidden: heilige Maria, Moeder van God, bidt voor ons, zondaars. Nu! Want nu hebben wij uw hulp zo hard nodig. Amen.