Preek van de week

Preek weekend 24-25 oktober, 30e zondag door het jaar (A), Mt:22, 34-40

Zusters en Broeders in Christus,

Kent u een ‘Logo’? waaraan je ons Christenen kan herkennen?  Ik zie het al, daar moeten jullie echt niet lang over na te denken – hoe kan ik ook zo’n domme vraag stellen-: U denkt aan een kruis! Heb ik gelijk? We vinden het in onze kerken, meestal ook gewoon in huis of als sieraad om onze hals gedragen – overal vind je het kruis; daaraan moet je wel een christen herkennen.   Maar daar heb ik wel zo mijn twijfels over; want wanneer ik zo naar Jezus kijk, dan moet ik wel zeggen dat Hij een heel ander herkenningsteken in zijn hoofd had voor al die mensen die op zijn woord vertrouwden en Hem volgden. Voor Hem was dat herkenningsteken de Liefde! Hoe zei Hij het ook weer tegen zijn leerlingen: “Bemint elkander, zoals ik jullie heb bemind. Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie vrienden en vriendinnen van mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren. “ Dus niet aan een teken zoals het kruis, niet aan een bepaalde geloofsbelijdenis, maar aan een basis levenshouding zoals de liefde moeten wij als christenen kunnen worden herkend.

Het antwoord in het evangelie aan de wetgeleerde was: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en Gij zult uw naaste beminnen als uzelf’. Ik kan me herinneren dat ik paar jaar geleden, toen ik stagiair was, een gesprek had met een vrouw die heel actief was in de kerk en op het sociale vlak. Zij vond God liefhebben eigenlijk niet zo belangrijk. “Als je maar goed bent voor je naaste”, was haar stelling. Tijd om naar de kerk te gaan had ze niet, en ze vond bovendien dat er erg veel mis was in de Kerk. Een andere keer sprak ik een man die heel trouw naar de kerk ging. Hij vond dat alles moest beginnen met gebed. Tijd voor vrijwilligerswerk had hij niet en hij had ook zijn mening klaar over veel mensen en over de wereld waarin we leven.

Dikwijls zie je dat mensen aan de ene of de andere kant gaan hangen: Aan de kant van de mensen of aan de kant van God. In de tijd van Jezus was dit niet anders. Farizeeën hadden hun hoop op God gesteld, maar omdat God niet rechtstreeks te benaderen was,  waren ze blij met de Wet van Mozes. Die was voor hen het vaste baken in hun leven. Hou je je aan die Wet door God gegeven, dan heb je een licht op je pad, dan zal je Gods zegen verwerven. Tegelijk  begrijpt iedere Farizeeër, dat de opdracht voor liefde tot de naaste erbij hoort. Er bestaat bij veel mensen de neiging om te kiezen, dit of dat, niet allebei. Dan zal de een zeggen: “God komt op de eerste plaats”. En een ander zegt: “Als je maar goed bent voor je naaste”.

Het lijkt een beetje op die vraag van de farizeeën over belasting betalen. Dan vraagt Jezus hen: “Van wie is de afbeelding op de munt?” Die is van de keizer. Dan luidt het antwoord van Jezus: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt”. Niet dit of dat, maar allebei. Jezus zelf is hierin het grote voorbeeld voor ons. Hij is trouw aan de Wet, trouw aan de geboden. God komt bij Hem altijd op de eerste plaats. En tegelijk is hij er voor mensen die hem nodig hebben, vooral de zieken. Heel zijn leven staat in het teken van dienstbaarheid. Dienst aan God en aan de naaste. Die twee zitten bij Hem aan elkaar vast. Voor Jezus is er geen tegenstelling tussen deze twee. Je kunt niet God beminnen en je naaste laten barsten. Wie geen oog heeft voor zijn naaste, die heeft ook God niet lief, die heeft alleen zichzelf lief. Dit wordt duidelijk in de parabel van de barmhartige Samaritaan.

Andersom is het lastiger. Als je echt je naaste bemint, moet je dan ook God nog beminnen? Voor Jezus staat dit vast. Ja, alles begint bij God. Voor Jezus kun je  pas echt je naaste beminnen als jouw liefde haar bron heeft in God. De wereld om ons heen laat iets anders zien. De sociale instellingen van de overheid worden zakelijker. De gezondheidszorg wordt commerciëler. Als God uit deze organisaties weg is, verdwijnt de bron van barmhartigheid, de bron van mededogen, de bron van geduld en begrip. Een overkoepelend idee en een overkoepelende houding gaat dan steeds meer ontbreken. Het zijn vooral individuele mensen die een menselijk gezicht aan deze organisaties geven, vanuit een goed en vaak ook gelovig hart.

Liefde tot God en liefde tot naaste zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. ‘Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten’, voegt Jezus daar uitdrukkelijk aan toe. Naar ons toe vertaald klinkt dat: ‘Aan deze twee geboden hangt heel ons christendom.’ Want deze twee geboden zijn de grondwet van ons christendom. We zijn dus echt christen als we leven volgens die geboden. Beide kanten van een munt zijn belangrijk om geldig te zijn en ook beide kanten van een papiergeld zijn echt belangrijk om geldig te zijn. Voor Jezus zijn beide een en kunnen, net zoals dag en nacht, niet van elkaar worden gescheiden. Naastenliefde mag niet ten koste van de liefde tot God gaan! Het evangelie zegt ons: De liefde tot God is de bron en het summum van de naastenliefde; en de naastenliefde is dan weer een teken en een werktuig voor de liefde tot God. Alleen wie goed in God geworteld is, kan zich ook volledig en met kracht inzetten voor zijn medemensen, want de liefde tot God bewijst zich heel concreet in de liefde tot de naaste. Het Logo van ons christenen is de liefde die groeit in de mate dat wij God beminnen en onze naasten. Amen.