Preek van de week

Evangelie en preek zondag 14 maart,

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes. 3, 14-21

In die tijd sprak Jezus tot Nikodemus: “De Mensenzoon moet omhoog worden geheven,
zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggebo-ren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoor-deeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods. Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen,
maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren.
Ieder die slecht handelt, heeft afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht,
opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

Homilie  14 maart 2021

De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.

Broeders en zuster in Christus:
Jezus wordt aan het kruis omhoog geheven. De kruisdood is Jezus’ diepste vernedering. Jezus is heilig, rechtvaardig en waarachtig, en Hij wordt totaal vernederd. Een van de apostelen, Ju-das, met wie Jezus als vriend omging, heeft Hem verraden voor wat geld. Een andere vriend, Petrus, heeft Hem verloochend. Voor het Sanhedrin en voor Pilatus wordt Jezus vals beschul-digd. Tegen valse beschuldigingen kun je niets inbrengen, want dan volgt er wel een andere valse beschuldiging op. Pilatus wast zijn handen in onschuld en zegt: Ik ben niet schuldig aan de dood van deze man. Daarmee zegt hij: Ik heb niks verkeerds gedaan en zo schuift hij de schuld op de joden. En Jezus zwijgt.
Jezus wordt gemarteld, bespot, bespuwd, gehoond en uitgejouwd. Alle smaad komt op Hem neer. En tot slot slaan ze Hem als de zwaarste misdadiger aan het kruis. Daar hangt Hij om-hooggeheven aan de schandpaal, te schande voor heel het volk, naakt en verminkt. Kun je nog dieper door het stof gehaald worden? En Jezus: Hij beschuldigt niet. Integendeel! Hij neemt alle schuld op zich. Hij is het lam die onze zonden draagt en de zonden van de wereld weg-neemt. We zien de ernst en de gevolgen van onze zonden. De zonde is dodelijk, de zonde voert tot de dood. Maar wie kan nog geloven in Hem die zo aan de schandpaal is gehangen?

‘De Mensenzoon moet omhooggeheven worden, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn’. De joden in de woestijn werden ontevreden en keerden zich tegen God en tegen Mozes. Zij kwamen in opstand en zeiden: “Hebt u ons uit Egypte weggevoerd om ons te laten sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.” God stuurde giftige slangen op het ondankbare en ongelovige volk af en allen die door die slangen gebeten werden, stierven. Hun dood was de straf voor hun zonden. Maar God is genadig. Mozes moet een bronzen slang maken en op een paal zetten. De slang doet denken aan het paradijs, aan de verleiding en de zondeval. De joden hebben zich opnieuw la-ten verleiden om tegen God in opstand te komen. Nu moeten ze opkijken naar de slang, zij moeten zien hoe ernstig hun zonde is waaraan zij toegegeven hebben. Zij moeten opkijken naar hun eigen schande en zo op hun knieën door het stof, en hun zonden belijden en God om vergeving vragen. En allen die dat deden, werden genezen.

Jezus hangt aan het kruis, onteerd en vernederd, gestorven door onze zonden en die onze zonden wegdraagt. Wij moeten nu opkijken naar Christus op het kruis, naar Hem die wij aan het kruis geslagen hebben. Wij moeten opkijken naar onze schande, de schande van de wereld dat zij hun Redder gekruisigd hebben. Ook wij moeten door de knieën en onze zonden belij-den. Ieder die in Hem gelooft en zó naar Hem opkijkt, krijgt vergeving van zonden en zal eeu-wig leven hebben.

Maar hoe kun je geloven in die Jezus die daar zo totaal onteerd en als misdadiger aan het kruis hangt? Zojuist riepen de mensen nog: Weg met Hem, aan het kruis met Hem? Hoe kun je in Hem geloven die de wereld als misdadiger aan het kruis geslagen heeft en daarop vermoord is?

Daarvoor moeten we verder kijken, voorbij het kruis. Jezus is niet dood, Hij leeft. God heeft Hem uit de dood tot nieuw leven opgewekt. God heeft zijn Zoon hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde.

Jezus, die door boze mensen omhooggeheven is op het kruis, heeft God omhooggeheven en geplaatst aan zijn rechterhand. Daar is Jezus onze voorspreker. Hij bidt voor ons bij de Vader: Vader, vergeef hun. Ieder die zich tot Christus wendt en zijn zonden belijdt, zal leven door Hem. Dat is de vreugde van het kruis. Wees gegroet, o heilig Kruis, onze enige hoop. Christus en zijn Kruis hebben de wereld, hebben ons verlossing gebracht.

Wij moeten ons realiseren dat wij, als wij van Christus zijn, de wereld ons ook zal haten. Wil je geen ruzie in de familie hebben, dan is het beter niet over het geloof praten. De wereld haat ons en doet de Kerk, en dus ook ons, genadeloos in het stof bijten. Zo worden wij met Christus verenigd in zijn lijden. Jezus zegt: "Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen”. Wij moeten niet bang zijn onszelf te verloochenen en door het stof te gaan. Dan zullen wij als een Simon van Cyrene zijn, die Christus helpt zijn kruis te dragen. Het is het teken, zegt Petrus, dat de heerlijkheid van de Heer op ons rust. En Paulus zegt: God troost ons in al onze tegenspoed zodat wij in staat zijn anderen te troosten dankzij de troost die wij van God ontvangen. En de apostelen verlieten na Pinksteren het San-hedrin, te vergelijken als het tribunaal van de wereld, en zij waren verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de Naam.
Vandaag vieren wij die vreugde, die goddelijke vreugde die tot ons komt langs de weg van het kruis. Het is de vreugde van de vergeving, van de verlossing, van Gods genade en barmhartig-heid, de vreugde van Gods liefde voor ons. Als wij onze handen wassen in onschuld, zoals Pila-tus, dan gaat heel die genade van de verlossing aan ons voorbij en blijven wij in onze zonden.
Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al-wie in Hem gelóóft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Laten wij zijn kruis omarmen en Hem liefhebben. Daarom zingen wij: ik wil mij gaan vertroosten in Jezus’ lijden groot en: wil ik mij beet’ren gaan. Met die goddelijke vreugde van de vertroosting in ons hart gaan wij op weg naar Pasen. Deze Paasvreugde heeft de wereld overwonnen. Amen.