Preek van de week

Preek zondag 23 juni, Sacramentsdag, Lc.9:11b-17(C)

Zusters en Broeders in Christus,

Vandaag vieren wij het hoogfeest van het Heilige sacrament van het Lichaam en bloed van Christus. Deze dag wordt in volksmond Sacramentsdag genoemd. Op dit hoogfeest van Sacramentsdag horen we in het evangelie hoe Jezus de menigte te eten geeft van vijf broden en twee vissen, aan de oever van het meer van Galilea. Een wonder, maar niet alleen omdat het over eten gaat. Het wonder is een voorafbeelding van Jezus die alle volken op aarde voedt met zijn eigen Lichaam en Bloed. In de tweede lezing horen we de verbinding van dit evangelie met het laatste avondmaal, waar Jezus opnieuw het brood breekt en zijn leerlingen te eten geeft. Maar nu geen avondmaal gewoon, maar het nieuwe en altijddurende verbond tot vergeving van de zonden. Het brood van eeuwig leven en de gave die ons geneest van elke smet tot we deelnemen aan de eeuwige Eucharistie in de hemel. Dat mogen wij vandaag vieren, het gebeurt ook nu in ons midden en in geloof mogen wij Hem herkennen en ontvangen.

Wij denken bij sacramenten waarschijnlijk eerst aan heilige voorwerpen, aan dingen, net zoals gewijde voorwerpen. Maar een Sacrament heeft eerst en vooral te doen met relatie, met Verbond. Het Brood en de Wijn in de Mis zijn dragers en tekenen, ze verbinden ons met Christus. Na de Communie zijn deze verdwenen, maar Christus blijft in ons. Tegelijk zegt ons geloof dat het Brood geen brood meer is en de Wijn geen wijn. Voor mijn ogen, voor mijn smaak en voor mijn lichaam blijft het brood, maar voor mijn ziel is het Christus' Lichaam en Bloed.

In het ontvangen van de heilige communie komt de Heer Jezus zelf in ons hart. Een hele intieme ontmoeting met God: Hij in mij en ik in Hem. Zo wordt de mens gezuiverd van zijn zondigheid, zijn menselijke gebrokenheid. Die vergeving hebben we nodig, zoals de Heilige Ambrosius zegt: “Omdat ik altijd zondig, heb ik ook altijd een redmiddel nodig”. Het is zoals de prefatie vandaag zegt: “Als wij dan eten van dit lam dat voor ons is geslacht, worden wij geestelijk sterk; als wij drinken van zijn Bloed dat voor ons is vergoten, worden wij innerlijk rein”. Daarom is de Eucharistie het hart van het leven van iedere individuele gelovige: waar je als mens zwak bent, maakt Gods liefde je sterk. Priester en gelovige hebben het geneesmiddel ten leven nodig.

Jezus heeft ons zeven sacramenten nagelaten. Hijzelf is het sacrament in Vlees en Bloed, Hij is Gods Verbond met de mensen in vlees en bloed. Omdat de Kerk zijn Lichaam is dat in de tijd op aarde voortleeft, vervuld met zijn Geest, is ook de Kerk zelf sacrament, teken van Gods verbond met de mensen. En in de wereldwijde Kerk worden mensen opgenomen en hun geestelijk leven wordt gesterkt door de zeven tekenen van zijn aanwezigheid en zijn verbond. Tekenen die een echte ontmoeting zijn met Christus en die ons ook de genade geven van zo'n intense ontmoeting.

Wanneer we daarover nadenken kunnen we, met Augustinus in gedachten, over de Eucharistie zeggen dat wij eten wat we zijn en worden wat we eten; Lichaam van Christus. Door ons doopsel worden we kind van God, we worden opgenomen in de Kerk, dat is het Lichaam van Christus op aarde. We worden zijn handen en voeten en hoofd en armen, oren en mond. Een kind wordt opgenomen in zijn Lichaam, zo zijn wij allen samen Lichaam van Christus. Die eenheid mag niet doorbroken worden. Dat is waar Jezus in zijn laatste uren intens voor bidt, want voor die eenheid, heeft Hij zijn leven gegeven. Wanneer we dus de Eucharistie vieren, gedenken we hoe Hij zijn leven heeft gegeven. We gedenken hoe Hij de dood heeft overwonnen en op zijn Woord doet de priester, wat Jezus heeft voorgedaan. Hij neemt het brood, en de kelk, hij spreekt de zegen uit en laat de leerlingen erin delen. Zo vieren we het leven en sterven en verrijzen van Christus en worden we gevoed in de eenheid van zijn Lichaam, om handen en voeten en hoofd en armen en oren en mond te zijn, het levende Lichaam van Christus op aarde.

Wanneer u dit weekend of later tijd neemt om naar de Aanbidding te komen, is het goed om te denken aan dat moment waarop twee leerlingen voor het eerst met Jezus meegingen om een dagje bij Hem te blijven. Ze deden die dag verder weinig of niets. Ze waren gewoon bij Jezus. Dat verblijf heeft hun de ogen geopend voor Wie hij is. En ook die twee andere leerlingen die op weg waren naar Emmaüs. Toen de Heer het brood nam en brak, gingen hun de ogen open ze ontdekten Wie bij hen aanwezig was. Toe verdween Hij uit hun ogen. In de aanbidding bij het sacrament zijn is gewoon in zijn aanwezigheid zijn en langzaamaan doordrongen raken van Gods aanwezigheid in Christus. Het is als de zon die warm doordringt in een koude winter. Zijn warmte verdrijft de kou, zijn Licht verdrijft de duisternis, zijn aanwezigheid overwint onze innerlijke eenzaamheid, zijn goedheid geneest onze kwetsuren. En wie zo met Christus omgaat, zal gaandeweg ook zelf steeds meer sacrament worden, levend teken van Gods verbond met ons mensen. Amen.